De uitgangshouding.

de uitgangshouding, de rechter hand kan vrij gemaakt worden.

We letten erop dat er geen draaiingen zijn in de leidsels en dat de gladde zijde(haarzijde) naar boven wijst en de ruwe zijde (vleeszijde) naar onder.

In de linkerhand ligt het linker leidsel op de wijsvinger tegen de muis van de hand en het rechter leidsel tussen middel- en ringvinger. De drie onderste vingers omsluiten beide leidsels en vormen zo het zogenaamde "slot"

De duim en wijsvinger blijven ontsloten (voor het inleggen van de zweep De uiteinden van de leidsels hangen links langs de dij van de menner, en het pinkriempje zit vastgeklemd in de pink.

De rechterhand houdt de zweep, die naar links, naar voren en omhoog wijst.

De uitgangshouding wordt toegepast telkens als de rechterhand vrij moet zijn, bijvoorbeeld:
  • tijdens het op- en afstappen,
  • bij het geven van verkeerstekens,
  • bij het groeten,
  • bij het gebruik van de handrem.

Terug naar: Achenbach.

Home

Copyright © 2003;2004;2005;2006;2007 Bert Jambon All rights Reserved.

Vrijwaring.

gebrhouding (72K)