Bij een enkelspan heeft het schoftje vooral als functie de
bevestiging en het dragen van de lamoenen (bij een vierwielig
rijtuig) of de bomen (bij een tweewielig rijtuig).
Daarom
onderscheiden we bij een schofttuig voor een tweewielig rijtuig
"Hollandse lichtogen" en bij een schoftje voor een vierwielig
rijtuig "brancardbeugels" waarin respectievelijk de bomen of
lamoenen gebracht worden.
Bij een twee- of vierspan is de functie
van het schoftje vooral het op de juiste hoogte bevestigen van de
strengkap. Aan deze schofttuigen vinden we een stoot voor de
strengkapdrager.
Naast het verschil tussen het schoftje gebruikt voor het
enkelspan (tweewielig rijtuig of vierwielig rijtuig) en meerspan
wordt het uiterlijk van het schoftje ook bepaald door het soort
rijtuig.
Zo zullen schofttuigen bestemd voor lichte rijtuigen een
lichtere en smallere uitvoering hebben dan die bestemd voor het
gebruik van zware rijtuigen.
Het schofttuig hoort één handbreedte achter de
schoft te liggen en er moet één handbreedte tussen
de ellebogen en de binnensingel kunnen geplaatst worden zodat er
geen irritaties en verwondingen kunnen optreden tijdens het
bewegen.
Terug naar het tuig.
Home
Copyright © 2003;2004;2005;2006;2007 Bert Jambon All rights Reserved.
Vrijwaring.