We zorgen dat de doorlopende strengen van het borsttuig opgerold zijn.
Het vaststaande paard wordt losgemaakt en het uiteinde van halstertouw wordt door de opening tussen borst- en nekriem gebracht.
Het borsttuig wordt over het hoofd van het paard geschoven, waarbij het hoofd door de opening tussen borst- en draagriem komt.
De borstriem bevindt zich aan de bovenzijde; de draagriem aan de onderzijde.
Men brengt zo het borsttuig over het hoofd van het paard en draait dit ter hoogte van de nek met de valrichting van de manen mee.
Daarna legt men het op de juiste plaats tegen de voorborst aan en worden de manen glad gestreken onder de draagriem.
De draagriem hoort juist voor de schoft te liggen. De stopriem mag zeker niet te los liggen, doch de draagriem mag ook niet in de manenkam snoeren.
Er moet een vlakke hand tussen de hals van het paard en de stopriem kunnen. De borstriem dient één handbreedte boven het borstbeen te liggen.
De juiste ligging van de borstriem is zeer belangrijk omdat bij een te hoge ligging de ademhaling gehinderd wordt; bij een te lage ligging wordt de beweging van de schouder gehinderd met drukkingen als gevolg.
We gaan nu het schofttuig aanbrengen op het paard.
Terug naar het optuigen
Copyright © 2003;2004;2005;2006;2007 Bert Jambon All rights Reserved.