Het kopstuk
- Details
- Categorie: De onderdelen vh hoofdstel
Het kopstuk
Het kopstuk vormt het steunvlak van het hoofdstel achter de oren van het paard.
Om voldoende steun te kunnen bieden dient het voldoende breed en stevig te zijn. Achter de oren mag het kopstuk de bewegingsvrijheid van de oren zeker niet hinderen. Vandaar dat het kopstuk best rond uitgesneden is achter de oren.
Aan de stoten ( stoot = tuig-uiteinde waarin gaten aanwezig zijn waarin een gesp wordt vastgemaakt) aan de uiteinden van het kopstuk worden de bakstukken en de keelriem bevestigd.
Deze stoten moeten lang genoeg zijn, zodat er verstelmogelijkheden zijn om enerzijds de bakstukken met de oogkleppen in de juiste positie te kunnen brengen en anderzijds om voldoende ruimte te bieden bij de bevestiging van de keelriem.
De frontriem en rozet
- Details
- Categorie: De onderdelen vh hoofdstel
De frontriem dient goed aan te sluiten tegen het voorhoofd zonder daarbij te knellen.
Het heeft een functie in de stevigheid en het op de juiste plaats houden van de verschillende onderdelen van het hoofdstel.
Men spreekt van een frontriem als het tuigonderdeel uit hetzelfde soort leer is vervaardigd als de rest van het hoofdstel en geen bijkomende versierselen heeft.
Men spreekt van een frontdeel als er versiering op bevestigd is bijvoorbeeld een ketting (frondeelketting).
De afbeelding geeft een frontriem weer.
Aan weerszijden van het hoofdstel aan de bevestiging van de frontriem aan het kopstuk bevindt zich de rozet. Deze dient niet alleen als sieraad maar ook als versteviging van het hoofdstel.
De oogkleppen
- Details
- Categorie: De onderdelen vh hoofdstel
De oogkleppen zijn zo groot dat ze verhinderen dat het paard erover of eronderdoor kan kijken.Uiteindelijk dienen de oogkleppen ervoor te zorgen dat het paard geen schrikreactie vertoont voor onvoorziene bewegingen of voorwerpen, die zich achter het paard bevinden.
Aan de bovenzijde van iedere oogklep is een windriempje bevestigd. Beide windriempjes lopen onder de frontriem door en komen in het midden van het voorhoofd samen in een stootuiteinde dat aan de kap van het kopstuk is vastgegespt. Deze windriempjes zorgen ervoor dat de oogkleppen onbeweeglijk in positie blijven. Daarom dienen ze vormvast gemaakt te zijn. Houdt de oogkleppen wel voldoende open zodat het vooruitzien goed mogelijk is en de oogleden niet geirriteerd worden.
We kunnen verschillende vormen van oogkleppen onderscheiden:
- Rond: Meestal bij presentatie tuigen
- Rechthoekig\ vierkant
- Halfmaanvormig met opstaande rand naar buiten: dit maakt het mogelijk dat het paard ook kan zien wat zijdelings gebeurt, te gebruiken in de drafsport en eventueel bij een nerveus paard.
De juiste plaatsing van de oogkleppen is zo, dat 1/3 van de oogklep zich boven het oog bevindt en 2/3 onder het oog.
Vaak vindt men in het midden van de oogklep een versiering of garnituur. Bij meerspannen bevindt het garnituur op de oogkleppen van het hoofdstel zich aan de buitenzijde; bij een enkelspan aan beide zijden. Het garnituur kan een afbeelding zijn van bijvoorbeeld bv een monogram of initialen.
Windriempje
- Details
- Categorie: De onderdelen vh hoofdstel

Aan de bovenzijde van iedere oogklep is een windriempje bevestigd.
Beide windriempjes lopen onder de frontriem door en komen in het midden van het voorhoofd samen in een stootuiteinde dat aan de kap van het kopstuk is vastgegespt.
Deze windriempjes zorgen ervoor dat de oogkleppen onbeweeglijk in positie blijven. Daarom dienen ze vormvast gemaakt te zijn.
Het bakstuk
- Details
- Categorie: De onderdelen vh hoofdstel
Het bakstuk is aan de bovenzijde bevestigd aan het kopstuk.
De oogkleppen zijn ieder zijdelings aan een bakstuk bevestigd.
Aan de onderzijde van het bakstuk treffen we de bitstoten aan waaraan het bit bevestigd wordt. Ook hier zijn verstelmogelijkheden belangrijk om het bit op de juiste hoogte in de paardemond te kunnen houden.
Het spreekt voor zich dat deze belangrijke verbinding van goede kwaliteit en in goede staat dient te zijn. Regelmatige controle op slijtage en zonodig vervanging van de bitstootis gewenst om te voorkomen dat we stuurloos worden bij een breuk van het leer.
Een andere vaak voorkomende oorzaak van een aanspanning die stuurloos is, is het afwerpen van het hoofdstel tijdens het rijden of stilstaan.
Vooral bij paarden met een weelderige manengroei kan dit vaker voorkomen.
Om het afwerpen van het hoofdstel te voorkomen kan men een aan het hoofdstel bevestigde veter in de manen vlechten, een sporenriempje vastmaken tussen keel- en neusriem en in voorkomend geval de manen onder het kopstuk wegscheren.
De neusriem
- Details
- Categorie: De onderdelen vh hoofdstel
De neusriem dient breed en soepel te zijn.
De afgebeelde neusriem is een hoge of Engelse neusriem die twee vingers onder het jukbeen dient te liggen zo bevestigd wordt dat twee platte vingers tussen de neusriem en de neus gehouden kunnen worden.
Deze neusriem wordt aan het bakstuk bevestigd.
Soms is er een lusje in het midden aan de voorzijde,zoals op de foto,waardoor het sperriempje geleid wordt om te voorkomen dat het paard de mond open spert. Let erop dat de ademhaling niet belemmerd wordt door een te lage positie of te strak vastgespen van de neusriem (of sperriemje).
De keelriem
- Details
- Categorie: De onderdelen vh hoofdstel
De keelriem heeft twee kapuiteinden (kap = het uiteinde waaraan een gesp met doorn is genaaid) en dient voldoende lang te zijn zodat, wanneer ze is vastgemaakt, een vuist tussen de keelgang en de keelriem kan worden geplaatst.
Het bit
- Details
- Categorie: De onderdelen vh hoofdstel
Er zijn vele soorten bitten verkrijgbaar. De meest voorkomende bitsoorten zijn de trens- en de stang.
De trens werkt vooral in op de lagen in de mond van het paard. De inwerking is lichter dan bij een stang.
Daarom wordt tijdens de africhting (longeerwerk) van het jonge paard doorgaans gebruik gemaakt van de trens.
Er zijn ook vele soorten trenzen verkrijgbaar. Streef er altijd naar om een zo zacht mogelijk inwerkende trens te kiezen, dat wil zeggen een trens met een dik mondstuk.
De meest gebruikte trenzen zijn de bustrens, de watertrens en de D trens. Een trens die vooral gebruikt wordt bij het aangespannen rijden is de vierringentrens.

Bij gebruik van deze trens worden de losse ringstukken aan de bakstukken gegespt en worden de bitstoten aan de vaste ringen vastgegespt. Bij paarden met een zeer gevoelige mond worden de bakstukken en de bitstoten aan beide ringen vastgegespt.
De stang heeft een scherpere inwerking op het paard door de hefboomwerking in samenwerking met de kinketting.
De lengte van de scharen bepaalt de sterkte van de hefboomwerking.
De hefboomwerking is groter bij gebruik van het onderste leidselgat dan bij gebruik van het bovenste leidselgat.
De hefboomwerking wordt ook beïnvloed door het soort kinketting dat aan de stang bevestigd is.
Hoe kleiner de schakels hoe scherper de inwerking en hoe groter de kans op verwondingen.
Bij een normaal paard heeft de tuigbit-kinketting met brede schakels de voorkeur.
De liverpoolstang is wel de meest gebruikte stang voor het aangespannen werk. Deze stang komt in verschillende uitvoeringen voor, met recht of gebogen mondstuk, met rubberen mondstuk, en het pompstangmodel.
Voor een goede werking van de stang is het belangrijk dat deze op de juiste manier in de paardenmond ligt. De juiste ligging is zodanig dat het mondstuk van de stang precies tegenover het diepste deel van de kinkettinggroeve ligt. De goed uitgedraaide kinketting dient, wanneer deze is ingehaakt, zoveel ruimte bieden dat drie vingers tussen de kin en de ketting gestoken kunnen worden.
Een betere manier om de juiste lengte van de kinketting na te gaan is licht contact te nemen met de leidsels en na te gaan of de scharen van de stang een hoek van 45 graden maken met de mondspleet. Is de hoek groter dan werkt de stang alleen nog maar als rem en zal het paard geen aanleuning gaan zoeken op het bit; is de hoek kleiner dan zal dit pijn veroorzaken.
Subcategorieën
-
Bitten
Voorbeelden van enkele bitten, stangen en trens, gebruikt bij het mennen