De voorbereiding van het optuigen
- Details
- Categorie: de fases van het optuigen
Tijdens de voorbereiding worden paard, tuig en rijtuig en kledij van de menner klaar gemaakt voor het vertrek.

Het paard wordt aan het halstertouw vastgezet of door een helper vastgehouden.
Na het poetsen van het paard en het uitkrabben van de hoeven zal men de paardenbenen bandageren of voorzien van beenbeschermers, dit om eventuele verwondingen te voorkomen.
Het beschermen van de benen met bandages of beenbeschermers is niet steeds noodzakelijk, wel is het aan te raden in de marathon of bij het beleren van een jong paard. Indien het jonge paard goed geleerd is en in evenwicht loopt in het enkelspan wordt de kans op verwondingen wel minder.

Het tuig wordt in de onmiddellijke nabijheid netjes gerangschikt ophangen en het rijtuig wordt klaargezet op de plaats waar men zal aanspannen.
De zweep wordt in de zweepkoker geplaatst en de kledij op het rijtuig gelegd.
Nu kunnen we beginnen met het opleggen van het tuig op het paard.
Het opleggen van het tuig
- Details
- Categorie: de fases van het optuigen
Het paard in enkelspan wordt steeds aan de linkerzijde opgetuigd. Het opleggen van het tuig gebeurt best door één persoon om vergissingen te voorkomen.
De volgorde van het optuigen is als volgt:
1e borsttuig :
We zorgen dat de doorlopende strengen van het borsttuig opgerold zijn.
Het vaststaande paard wordt losgemaakt en het uiteinde van halstertouw wordt door de opening tussen borst- en nekriem gebracht.
Het borsttuig wordt over het hoofd van het paard geschoven, waarbij het hoofd door de opening tussen borst- en draagriem komt.

De borstriem bevindt zich aan de bovenzijde; de draagriem aan de onderzijde.
Men brengt zo het borsttuig over het hoofd van het paard en draait dit ter hoogte van de nek met de valrichting van de manen mee.
Daarna legt men het op de juiste plaats tegen de voorborst aan en worden de manen glad gestreken onder de draagriem.

De draagriem hoort juist voor de schoft te liggen. De stopriem mag zeker niet te los liggen, doch de draagriem mag ook niet in de manenkam snoeren.
Er moet een vlakke hand tussen de hals van het paard en de stopriem kunnen. De borstriem dient één handbreedte boven het borstbeen te liggen.
De juiste ligging van de borstriem is zeer belangrijk omdat bij een te hoge ligging de ademhaling gehinderd wordt; bij een te lage ligging wordt de beweging van de schouder gehinderd met drukkingen als gevolg.
We gaan nu het schofttuig aanbrengen op het paard.
2e schofttuig:

Het schofttuig wordt bij het enkelspan paard aan de linkerzijde opgelegd.
Het schofttuig hoort één handbreedte achter de schoft te liggen en er moet één handbreedte tussen de ellebogen en de binnensingel kunnen geplaatst worden zodat er geen verwondingen kunnen optreden tijdens het bewegen.

Let erop dat de kussens en de brug zodanig gevormd zijn dat de kamer voldoende ruimte biedt voor de rug; ook hier weer om drukkingen te voorkomen.
Nu wordt eerst aan beide zijden de binnensingel vastgegespt aan de stoot voor de binnensingel.
Ga verder met het aanbrengen van de rugriem met culeron op het paard.
3e rugriem met culeron:

De rugriem wordt bevestigd aan het schofttuig en de staartriem of culeron wordt onder de staart doorgehaald en vastgemaakt.
Let op dat alle staartharen gladgestreken worden om verwonding door wrijving te voorkomen.
De rugriem wordt op maat gemaakt zodat een staande hand tussen de lendenen en de rugriem geplaatst kan worden
Vervolgens is de broek aan de beurt.
4e broek en strengen:
De bevestiging van de broek:

Bij het aanbrengen van de broek wordt eerst de kruisriem bevestigd op de rugriem.
De broek wordt geleidelijk naar achteren geschoven.
De broekriem dient één handbreedte onder de zitbeenknobbel te liggen en tussen paard en broekriem moet een vlakke hand kunnen geplaatst worden.
Let erop dat het paard strak in de strengen staat als we de juiste ligging controleren. (Dit kan dus pas later als het paard in het rijtuig staat.)
Nu kunnen de strengen worden bevestigd onder de rugriem:

De doorlopende strengen worden afgerold en vervolgens onder de rugriem gestoken.
Zo hinderen de strengen niet bij het aanspannen van het paard voor het rijtuig, en zijn de strengen direct bij de hand om ze te kunnen vastmaken aan het rijtuig.
De strengen worden best direct op maat gemaakt.
We zijn nu zo ver dat we het paard het hoofdstel kunnen aandoen.
5e Het hoofdstel:
Het aanbrengen van het hoofdstel:

Het halster wordt losgemaakt en om de hals van het paard bevestigd.

Het hoofdstel wordt van onderen naar boven aangebracht.
Als het paard het bit in de mond neemt wordt het kopstuk over de oren geschoven en wordt de maantop onder de frontriem gebracht. De manen worden onder de frontriem gladgestreken.
Vervolgens worden halsriem, de neusriem en tenslotte de kinketting vastgemaakt.
Tussen keelriem en de keelgang van het paard dient een rechtopstaande vuist geplaatst te kunnen worden; tussen neusbeen en neusriem 2 opstaande vingers. De neusriem dient twee vingers onder het jukbeen te liggen.
Voor de ligging van de stang verwijs ik naar het onderdeel bitten.
Let erop dat de kinketting geheel glad is uitgedraaid.
Als laatste worden de leidsels bevestigd en opgestoken.
6e De leidsels:
Als laatste worden de leidsels bevestigd en opgestoken:

Het linkerleidsel, herkenbaar aan het kapeinde met pinkriempje, wordt eerst aangebracht.
Het leidsel wordt opgelegd en het stootuiteinde wordt door de linker sleutel van het schofttuig en het linker leidseloog van het borsttuig (of gareel sleutel) gestoken en daarna vastgegespt aan de linkerzijde van het bit( stang).
Vervolgens wordt het rechter leidsel op dezelfde manier bevestigd.
Beide leidseluiteinden worden met elkaar verbonden door ze aan elkaar vast te gespen.
Tenslotte worden de leidsels opgestoken onder de rugriem. ( zie fotos ) Zo kunnen de leidsels in één beweging direct worden opgenomen en kan het paard met het bit in bedwang gehouden worden. Anderzijds hinderen de leidsels zo niet bij het aanspannen van het paard.
Het tuig is nu bevestigd op het paard. Alvorens het paard in het rijtuig te zetten gaan we over tot een korte controle om na te gaan of het tuig goed aangebracht en goed bevestigd is. Door systematisch iedere keer na het optuigen deze controle door te voeren wordt het een gewoonte, waardoor (bijna) ongevallen, ofwel drukkingen bij het paard zullen worden voorkomen.
Ga verder naar de controle
De controle na het optuigen
- Details
- Categorie: de fases van het optuigen
Na het optuigen is de controle zeer belangrijk om op een veilige en paardvriendelijke manier te kunnen aanspannen en rijden.
De controle omvat het nazicht van de juiste bevestiging en ligging van de tuigonderdelen.
Hierdoor kan men onderandere het optreden van drukkingen en ongevallen, door verkeerde of vergeten bevestiging van de verschillende tuigonderdelen aan elkaar, voorkomen.
Systematisch worden alle tuigonderdelen nagegaan en eventuele fouten hersteld:
1. De controle van het hoofdstel:
We letten op: 
- De maantop: glad gestreken?
- De ligging van de frontriem
- De lengte van de bakstukken
- De hoogte van de oogkleppen
- De lengte van de keelriem
- De neusriem: niet te strak?
- De ligging van de stang (bit),de kinketting en goed uitgerold
- De bevestiging van de onderdelen: vast en uiteinden door passanten.
2.De controle van het borsttuig:
We letten op:
- De ligging van de borstriem
- De ligging van de draagriem
- De strengen afgerold en bevestigd onder rugriem
- De bevestiging van de onderdelen: vast en uiteinden door passanten.
3. De controle van het schofttuig:
We letten op:
- De ligging
- Voldoende kamerruimte?
- De plaats van de singel
- Is de binnensingel vast?
- De bevestiging van de onderdelen: vast en uiteinden door passanten.
4. De controle van de rugriem en culeron:

We letten op:
- De juiste lengte van de rugriem
- De losse passant is tegen de ring van de rugriem geschoven
- De ligging van de culeron.
- De staartharen zijn glad gestreken.
- De bevestiging van de onderdelen: vast en uiteinden door passanten.
5. De controle van de broek:
We letten op:
- De bevestiging van de kruisriem
- De hoogte van de broekriem
6.De controle van de leidsels:
We letten op:
- Zijn de leidsels niet gedraaid?
- De bevestiging aan het bit.
- De bevestiging van de leidseluiteinden.
- Alle passanten gebruikt?
- Zijn de leidsels juist opgestoken onder de rugriem?
We zijn nu klaar om het paard in het rijtuig te brengen en aan te spannen.
Ga verder met het aanspannen.