Werken aan de dubbele longe

Longeren aan de dubbele leidsels

 

De dubbele longe stelt ons in staat om veel intensiever op het paard in te werken.


De voorwaarde is wel dat het paard eerst goed aan de enkele longe moet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

Longeren aan de dubbele longe wordt vooral toegepast:

  • Om het paard bitwijs te maken alvorens later te berijden of aan te spannen.
  • Als correctiemiddel bij verreden paarden
  • Bij de verdere africhting van paarden in de mensport.

 

aan de dubbele longe

 

 

We hebben een longeersingel met 2 losse ringen nodig om de longes door te leiden.
Ook kan het schoftje van een enkelspan gebruikt worden of een rijzadel waarbij de stijgbeugels dienst doen als de losse ringen.

De zweep wordt in dezelfde hand als de buitenlonge gehouden.

 

 

 

Er zijn 2 manieren om een paard aan " de dubbele longe " te werken.

  1. De binnenlonge loopt vanaf de binnentrensring door de binnenring naar de hand van de longeerder en de buitenlonge loopt vanaf de buitentrensring door de buitenring , achter langs de broek van het paard naar de hand van de longeerder.
    Let op:
    • Dat de buitenlonge steeds boven het sprongewricht van het buiten achterbeen blijft.
      (Als het paard zou uitslaan, dan kan er weinig gebeuren indien de buitenlonge boven het spronggewricht blijft).
    • Dat je zeker niet op het verkeerde moment aan de verkeerde longe trekt, of loslaat.
    • Als het paard de achterhand zou intrekken, dan moet men de buitenlonge iets minder spannen.
  2. Ook kan de buitenlonge in plaats van achter het paard door te lopen rechtstreeks over de rug van het paard naar de hand van de menner gaan.

 

Met deze bevestiging van de beide longes kan men gemakkelijk van hand veranderen zonder iets aan te passen.

Bij het longeren met dubbele longe is het belangrijk dat:

  • De longes niet te kort zijn ( min . 9 m) ,
  • Beide longes gelijk zijn, dus even breed,
  • Even dik en
  • Even soepel.

menpaarden longeren aan de dubbele longe

Let op bij de bevestiging van de buiten longe langs de broek van het paard:

  • Alle paarden kunnen slaan.
  • Neem geen risico's, blijf altijd op veilige afstand, vooral met een jong paard
  • Zorg voor een assistent bij een niet volleerd paard.