De basisprincipes van het longeren
- Details
- Categorie: de basisprincipes
Je leert het longeren onder de knie te krijgen het best met een goed beleerd en rustig gaand paard.
Tijdens het longeren wordt het paard onder controle gehouden door middel van een longeerlijn die aan de kaptoom of hoofdstel vastzit.
Om het paard aan te drijven wordt een longeerzweep gebruikt.
De standplaats van de trainer ten opzichte van het paard heeft invloed op de snelheid waarmee het zich beweegt.
De stem wordt gebruikt om de achterhand te activeren, om het tempo te versnellen of te vertragen, om commando's te geven en om het paard te belonen.
Let op het volgende :
- Sluit het paard op tussen longe en longeerzweep
- Houd op de linkerhand de longe links en de zweep rechts, op de rechterhand andersom.
- Ga nooit in de lijn voor het hoofd staan.
- Wees duidelijk bij het geven van commando's.
- Werk steeds volgens het principe van vragen - eisen - bestraffen.
- Vergeet vooral niet te belonen als het goed gaat.
- Volgens de africhtingsgraad van het paard kan de longeerder al dan niet stilstaan in het midden van de cirkel.

Bij de training van het menpaard wordt vaak de dubbele longe gebruikt,waardoor fijnere leidselhulpen gegeven kunnen worden, overeenstemmmend met die bij het mennen.
Ga verder met: belangrijke aandachtspunten bij het werken aan de dubbele longe.