Wendingen rijden met één hand
- Details
- Categorie: Wendingen rijden
Achenbach: wending naar links met één hand.
Met de leidsels in één hand kan volgens het Achenbach systeem een wending naar links worden uitgevoerd.
We vertrekken vanuit de uitgangshouding.
We draaien de linkerhand vanuit de pols naar het lichaam toe.
We kijken nu op de rugzijde van de hand.
Het linker leidsel ligt nu over de knokkels van de linkerhand.
Bij onvoldoende reactie van het paard verplaatsen we de linkerhand in de richting van de rechter dij.
We beëindigen de wending door de linkerhand terug in uitgangshouding te brengen.
Achenbach: wending naar rechts met één hand.
Met de leidsels in één hand kan volgens het Achenbach systeem een wending naar rechts worden uitgevoerd.

We vertrekken vanuit de uitgangshouding.
Draai de linkerhand vanuit de pols naar voren. U kijkt nu in de handpalm.
Druk de gestrekte wijsvinger naar beneden op het rechter leidsel
Verplaats bij onvoldoende reactie van het paard de linkerhand in de richting van de linker dij.
We beëindigen de wending door de linkerhand terug in uitgangshouding te brengen.
Wendingen rijden met twee handen
- Details
- Categorie: Wendingen rijden
Meestal en zeker bij jonge paarden is het het veiligst om met 2 handen de leidsels te hanteren.
Achenbach beschreef de handelingen bij het wenden alsvolgt:
Wending naar links met 2 handen:

We vertrekken vanuit de dressuurhouding.
We staan rechts toe door de rechterhand naar voren te brengen.
De linkerhand vraagt stelling door naar het lichaam toe te draaien waarbij het linker leidsel over de knokkels van de linkerhand loopt.
De koetsier ziet nu zijn beide handruggen.
Om de wending te beëindigen staat de linkerhand toe (de linkerhand draait weer van het lichaam af) en de rechterhand neemt terug de dressuurhouding aan.
Wending naar rechts met 2 handen:

We vertrekken in een 4 wielig rijtuig vanuit de gebruikshouding en verkorten de leidsels centimetersgewijs.
We schuiven de rechterhand 10 cm naar voren op het rechter leidsel en omsluiten het rechter leidsel met de 3 onderste vingers. De duim en wijsvinger verplaatsen we weg van het linker leidsel.
We geven of staan toe met de linkerhand door de bovenkant weg te draaien van ons lichaam.
Tenslotte draaien we de rechterhand naar ons lichaam toe om stelling te vragen. We kunnen nu in beide handpalmen kijken.
Om de wending te beëindigen staat de rechterhand terug toe (geeft na).
De linkerhand wordt terug voor het lichaam gebracht en de rechterhand wordt terug voor de linkerhand geschoven in uitgangshouding.
Daarna niet vergeten om centimetersgewijs de leidsels te verlengen tot we het gewenste contact bereikt hebben.