Basishoudingen

We onderscheiden in het Achenbach mensysteem drie basishoudingen:

  1. De uitgangshouding:

    De uitgangshoudingWe letten erop dat er geen draaiingen zijn in de leidsels en dat de gladde zijde (haarzijde) naar boven wijst en de ruwe zijde (vleeszijde) naar onder.

    In de linkerhand ligt het linker leidsel op de wijsvinger tegen de muis van de hand en het rechter leidsel tussen middel- en ringvinger. De drie onderste vingers omsluiten beide leidsels en vormen zo het zogenaamde "slot"

    De duim en wijsvinger blijven ontsloten (voor het inleggen van de zweep De uiteinden van de leidsels hangen links langs de dij van de menner, en het pinkriempje zit vastgeklemd in de pink.

    De rechterhand houdt de zweep, die naar links, naar voren en omhoog wijst.

    De uitgangshouding wordt toegepast telkens als de rechterhand vrij moet zijn, bijvoorbeeld:
    1. tijdens het op- en afstappen,
    2. bij het geven van verkeerstekens,
    3. bij het groeten,
    4. bij het gebruik van de handrem.

  2. De gebruikshouding: Dit is de meest gebruikte houding.

    De gebruikshoudingZe wordt onderandere gebruikt als voorbereiding voor wendingen naar rechts en als voorbereiding van het verkorten of verlengen van de leidsels.

    De linkerhand bevindt zich in uitgangshouding, de rechterhand is enkele centimeters voor de linkerhand geplaatst.De drie onderste vingers van de rechterhand omsluiten rechter leidsel, terwijl de duim en wijsvinger van de rechterhand rusten op het linker leidsel.

    De zweep blijft in de rechter handpalm rusten.




  3. De dressuurhouding: De dressuurhouding wordt gebruikt om :

    De dressuurhouding volgens Achenbach
    • rechtuit te rijden in moeilijke omstandigheden
    • wendingen naar links te maken
    • te rijden op de linkerhand
    • een slangenvolte te rijden.

    Hierbij is de linkerhand in uitgangshouding, en de rechterhand omsluit met de drie onderste vingers het rechter leidsel.

    Haal vervolgens het rechter leidsel 10 à 15 cm uit de linkerhand en zet nadien het "slot" opnieuw vast.

    De zweep is in de rechterhand en wijst naar links, naar voren en omhoog.