Het aanspannen van een enkelspan
- Details
- Categorie: Aanspannen
Ook bij het aanspannen is de volgorde belangrijk voor de veiligheid.
Het is belangrijk dat het paard zo snel mogelijk volledig bevestigd wordt aan het rijtuig.

Het paard wordt van de achterzijde naar de voorzijde van het rijtuig geleid en wordt zo recht mogelijk voor het rijtuig geplaatst.
Een jong paard wordt best vastgehouden door een helper, ofwel groom.
Bij een volleerd paard staat de groom voor het paard.
Alleen de menner spant aan.

Het rijtuig wordt nu met de lamoenen omhoog naar het paard toegetrokken waarna de lamoenbomen aan weerszijden van het paard worden gebracht.
De lamoenbomen worden nu in de brancard beugels gebracht (of Hollands lichtoog bij een tweewielig rijtuig), met de stophaak achter de brancard beugel.
Het paard staat nu in het rijtuig.

Zo snel mogelijk dienen nu de strengen vastgemaakt aan de beweegbare zwengen zodat het paard vast aan het rijtuig staat.
Eerst de linker streng daarna de rechter streng.

We staan nu aan de rechterzijde van het rijtuig en kunnen vervolgens de rechter broekriem vastmaken, daarna aan de linker zijde van het rijtuig de linker broekriem (=foto).
Tenslotte wordt de buitensingel losjes vastgemaakt.
We letten erop dat de trekrichting van de strengen niet wordt onderbroken door de bevestiging van de broek of de buitensingel.
Ter controle gaat de menner na of alle tuig delen juist bevestigd zijn aan het rijtuig en kan hij opstappen.
Ga verder met het opstappen.